De wrede moord van Leuven - 1924

Albert “Berten” Vallaey werd geboren in Roeselare in het jaar 1898 en heeft gestudeerd voor bouwkundig ingenieur. In 1924 was hij praeses van “den Technische Kring”. Vallaey kwam op voor de Vlaamse Zaak wat hem echter duur te staan kwam wanneer hij na een woelige nacht in april 1924 werd neergeschoten.

Dit verhaal gaat over Albert Vallaeys, wiens bijnaam Berten was. Berten werd geboren in Roeselare in het jaar 1898 en heeft gestudeerd voor bouwkundig ingenieur. In de eerste wereldoorlog was hij soldaat en daarna was hij vanaf 1919 tot 1924 actief in het studentenleven. Berten was bibliothecaris in het eerste praesidium van “den Technischen Kring”, het jaar daarop werd hij penningmeester. In het derde werkingsjaar van VTK was Vallaeys ondervoorzitter, ten slotte het jaar daarop praeses.

De woelige nacht van 14-15 april 1924

Van 12 tot 14 april 1924 zou te Leuven het negende Groot-Nederlands studentencongres worden gehouden. Dagen van te voren verschenen in de Franstalige pers, vooral in La Nation belge, opruiende artikelen, waarin het verbod van het congres werd geëist. Een van de felste Waalse haantjes de voorste was Gaby Colbacq, steeds te zien waar er herrie te schoppen viel. Alhoewel de paasvakantie begonnen was, bleef hij te Leuven op zondag 14 april. Na zijn revolver op zak te hebben gestoken, liep hij met zijn broer Christian en twee andere Walen (er was ook een vrouw in hun gezelschap) ‘s avonds laat en ‘s morgens in de straten van Leuven rond. Tussen vier en vijf uur ‘s ochtends ontmoetten ze op de hoek van de Minderbroedersstraat en de Parijsstraat twee Vlaamse studentenleiders, Joz Vermeulen en Amaat Dumon, die van het afscheidsmaal (tot besluit van het congres in zaal Patria gehouden) terugkeerden. De Walen vielen de Vlamingen aan, sloegen Vermeulen tegen de straatstenen en Colbacq rukte hem zijn pet van het hoofd. Vermeulen trommelde enkele kameraden op die nog nafeestten in een café op de Oude Markt en in groepjes gingen ze op ronde, op zoek naar Vermeulens pet. De Vlamingen Berten Vallaeys en Louis De Smet waren de eersten die op Colbacq en zijn broer botsten. Er ontstond een worsteling en de Walen zetten het op een lopen. In de Vital Decosterstraat gekomen, loste Colbacq een drietal revolverschoten op zijn achtervolgers, die links en rechts van de straat dicht langs de huisgevels liepen. Colbacq en zijn broer bereikten het huis in de Sint-Maartenstraat waar zij op kot zaten en sloegen de deur dicht. Vallaeys en De Smet begonnen met hun stokken op de deur te hameren, tot deze plots op een kier geopend werd en Gaby Colbacq op manshoogte vier revolverschoten afvuurde. Vallaeys werd in de borst getroffen en viel bloedend neer.

Op het nippertje

Intussen waren nog andere Vlaamse studenten ter plaatse gekomen en droegen ze Vallaeys naar de ziekenzaal van de kazerne, waar hij op een houten tafel werd neergelegd en een opgeroepen dokter niets bij de hand vond om de gewonde de eerste zorgen toe te dienen. De studenten hadden er intussen een pater bijgehaald, die aan Vallaeys de laatste sacramenten toediende, alsook de Vlaamsgezinde dokter Michel Mulier, die Vallaeys deed overbrengen op een draagberrie naar zijn kliniek in de Predikherenstraat. Dokter Mulier stelde vast dat er een kogel in de rechterlong van Vallaeys was blijven steken en beschouwde zijn toestand als zeer ernstig. Intussen was Colbacq door de politie aangehouden; tijdens het eerste verhoor verklaarde hij in staat van wettige zelfverdediging gehandeld te hebben. Later, tijdens het gerechtelijk onderzoek, zou hij verklaren dat hij ook door rassenhaat gedreven werd. Na een verblijf van drie maanden in het ziekenhuis herstelde Vallaeys gelukkig van zijn verwonding. Colbacq kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete.


Een kwade rector

Toen de studenten na de paasvakantie naar Leuven terugkeerden, lazen zij ad valvas een avis van de rector, gedagtekend 3 mei 1924, zoals gebruikelijk enkel in het Frans. Daardoor werd elke deelneming aan een betoging in verband met de douloureux événements van 15 april en elke betoging in verband met politieke of taalkwesties verboden, op straffe van het consilium abeundi (wegzending van de universiteit). Er was geen woord van afkeuring voor de moordpoging van Colbacq en ook geen sanctie tegen hem. Paul Beeckman, student in de rechten uit Ninove, die net tot praeses van hetKVHV voor het academiejaar 1924-25 verkozen was, publiceerde op 15 mei een open brief aan rector magnificus mgr. Paulin Ladeuze. Daarin tekende hij protest aan tegen het verbod om te betogen, dat uitsluitend gericht bleek tegen de Vlaamse studenten, alsof zij schuld hadden aan de aanslag op Vallaeys. Beeckman werd ontboden door vicerector mgr. Raphael Beyls, spécialement chargé du maintien de la discipline. Deze deelde hem mee dat hij het consilium abeundi had opgelopen vanwege openlijke opstand tegen de academische overheid en dit op grond van artikel 23 van het Réglement général de l’UCL. Dit artikel luidde: “Les étudiants ne peuvent former des associations, ni donner des fêtes, ni faire des démonstrations collectives sans une autorisation préalable”. Paul Beeckman diende nog een verdediging in, maar de academische raad stuurde hem weg. Na hem werden nog acht Vlaamse studenten weggezonden, waaronder Gerard Romsee en Tony Herbert. In maart 1925 ontbond mgr. Ladeuze het KVHV, waarop het bestuur meldde dat zij zich niet ontbonden verklaarden. Het conflict bleef de rest van jaren ‘20 smeulen, met een nieuw hoogtepunt bij de Bormsverkiezing in 1928. De betrekkingen tussen de studenten en de universiteit werden na 1930 genormaliseerd.


De wrede moord van Leuven

Vallaeys ontpopte zich als slachtoffer van de ‘anti-Vlaamse reactie’ ondertussen tot een symbool binnen de al dan niet partijpolitieke Vlaamse beweging. Zijn martelaarschap had hem dan wel bijna het leven gekost, politici en prominenten binnen de beweging zagen profijt in wat de Vlaamse student was overkomen. Zo werd hij onder meer uitgenodigd om te komen spreken op de vijfde IJzerbedevaart in 1924 en probeerde de Frontpartij electoraal voordeel te halen uit Bertens ongeluk. Berten’s voorval is ook vereeuwigd in onze codex in het lied ‘De Wrede moord van Leuven’.


◄ Keer terug naar overzicht